Lerenvereert

Historiek

logo_gray_Koninklijke Toneelvereniging – Rederijkerskamer Het Kersouwken “Leren Vereert” – Oudenaarde

Gesticht te Oudenaarde, op 2 januari 1864, onder de benaming

Maatschappij van Nederlandsche Tooneel-  en letterkunde

De Koninklijke Toneel- en Letterkundige Vereniging “Leren Vereert” heeft tot doel het beoefenen van de Nederlandse toneel- en letterkunde, zonder enig winstoogmerk. Teneinde actief mede te helpen aan de ontwikkeling van de Nederlandse taal en de opvoeding van het Vlaamse volk, verleent zij haar medewerking aan elke andere cultuurmanifestatie. (Oudenaarde, 25 november 1974)

Historiek van de Vereniging :
Het was in de eerste dagen van 1864 dat te Oudenaarde “Leeren Vereert – Maatschappij van Nederlandsche tooneel- en letterkunde” werd gesticht, waardoor werd aangeknoopt bij een eeuwenoude toneeltraditie, die tussen de 15de en de 19de eeuw in deze stad niet minder dan 7 gezelschappen had zien ontluiken, waaronder de Rederijkerskamers “Pax Vobis” en “Het Kersouwke” zeker de meest bekende en de meest actiefste zijn geweest.

“Leren Vereert” kreeg zijn zetel in de in 1971 gesloopte herberg ‘In de Jambon’ op de Kleine Markt en gaf zijn eerste publieke voorstelling in de tot toneelzaal omgebouwde Lakenhalle van het Oudenaardse stadhuis. Opgevoerd werd “Bouwt geen Kastelen in de Lucht”, oorspronkelijk een toneelspel met zang in één bedrijf, door Frans Eeckhoutte.

Even grasduinen in onze archieven leert ons dat in 1879 het theater in de Lakenhalle werd afgebroken en dat “Leren Vereert” voor zijn verdere vertoningen achtereenvolgens toegewezen was op de Gemeenteschool op de Woeker en op de Gemeenteschool te Leupegem. Vanaf 1889, het jaar van de stichting van de “Cercle Libéral” te Oudenaarde, greep ieder toneelgebeuren plaats in de zaal “Harmonie” op de Markt.

“Leren Vereert” kende goede en kwade dagen, het groeide en bloeide en kwijnde weer, het beleefde momenten van grote hoogte en zonk dan plots om verklaarbare of onverklaarbare reden weer weg in bijna duizelingwekkende diepte. Maar altijd weer werden – en daar prijzen wij mensen van vandaag ons gelukkig om – een handvol oudere en jongere enthousiastelingen gevonden, die om zich heen de nodige krachten wisten te groeperen om, soms ondanks alles, het hoofd boven water te houden en een blijvende band te smeden tussen de toneelminnaars op de scène en het theaterpubliek in de zaal.

De periode tussen de beide wereldoorlogen was in dit opzicht wel bijzonder merkwaardig.

Reeds in de eerste maanden na het staakt het vuur van november 1918 stond “Leren Vereert” alweer in de bres om langs een serie buitengewone vertoningen hulp te bieden aan de zwaarst getroffen stadgenoten en aan het Rode Kruis. Als blijk van waardering voor zijn werking op sociaal en cultureel vlak werd de vereniging in 1923 tot ‘Koninklijke Kring’ verheven. En deze erkenning moet wel bijzonder stimulerend op de “Leren Vereerders” van toen hebben gewerkt, want als een rijzende ster schoot de vereniging opnieuw omhoog.

Een aantal titels uit deze glansperiode : Op hoop van zegen – De Goudboer – De Familie Oberlé – Het Raadsel van Clarence House – Sloeberke – Hein Roekoe – Allerzielen – Oud Heidelberg – … Het was ook de tijd van de qua regie en qua rolbezetting altijd weer zo uitstekend verzorgde grote operettes als : De Lustige Boer – Het Dorp zonder Klok – Het Lustig Weeuwtje – De Graaf van Luxemburg – Driemeisjeshuis – Czarda’s Vorstin – …

Onverwacht kwam evenwel weer de ontnuchtering: zo hoopgevend en bloeiend de jaren 20 waren geweest, zo troosteloos en kwijnend werden de jaren 30. Wel viel sporadisch eens een lichte heropflakkering te noteren, maar van ‘hoogtepunten’ was er helemaal geen sprake. Van 1939 tot 1944 was het opnieuw oorlog en bleef ook ‘Leren Vereert’ weer inactief. Na de oorlog kwam de vereniging eerder langzaam op gang. Maar het succes dat geoogst werd met stukken zoals : De Heilige Vlam – Het Deftige Dorp – Roze Kate – Parochievrijers – De Wonderdoktoor – Sonna – Soubrette – … liet dan toch weer het beste verhopen voor de toekomst.

En die toekomst begon in 1954, het jaar waarin Dr. Gaston Versele tot voorzitter werd verkozen. Hij was het die – niet als medicus, maar als volbloed theaterman – “Leren Vereert” dat nieuwe gezonde bloed in de aderen zou spuiten dat het de laatste jaren zo jammerlijk had ontbeerd. Het heilig vuur dat hem bezielde sloeg ook over op de andere leden en van dat moment af werd met man en macht geijverd om aan het aloude blazoen van “Leren Vereert” de tijdelijke teloorgegane schittering terug te geven. De resultaten bleven dan ook niet lang uit.

Vermelden we hierbij dat onze Kring in 1961 door de Raad van de Koninklijke Soevereine Hoofdkamer van Rhetorica “De Fonteine” uit Gent officieel tot ‘Rederijkerskamer’ werd uitgeroepen. We namen de naam aan van de beroemde 16de eeuwse Rederijkerskamer onzer stad “Het Kersouwken”, met als devies < Peis zij met ulieden>

Tijdens het toneelseizoen 1973-1974 werd met de nodige luister het feest gevierd van het honderdjarig bestaan met als hoofdbrok de inrichting van een Nationale Toneelwedstrijd voor Liefhebberskringen waaraan toneelverenigingen uit Leuven, Antwerpen, Borgerhout, Oostende, Gent en Zele deelnamen. En als kroon op het werk kregen wij vanwege het K.N.T.V.-hoofdbestuur het vererende aanbod om op 30 en 31 mei 1974 de ‘Landdagen van het K.N.T.V. van België’ te organiseren. Een organisatie die onze vereniging tot algehele bevrediging van alle deelnemers tot een goed einde wist te brengen.

En “Leren Vereert” deed verder. Stukken als : Peegie – Slisse en Cesar – Slisse Bouwt – Bompa Slisse en Nonkel Cesar – Paradijsvogels – Het Gezin van Paemel – … werden met uitzonderlijke bijval geprogrammeerd. Vroeger gemonteerde stukken als ‘Soubrette’ en ‘De Wonderdoktoor’ werden opnieuw ter hand genomen en tot driemaal toe werd een komedie gebracht die de eigen voorzitter speciaal voor ‘zijn mensen’ geschreven had. In februari 1967 was dat ‘Mijn Plaatsvervanger’, in februari 1968 ‘Nato Secret’ en in maart 1973 ‘Parijsvogels’

Ook in de jaren ’90 verlieten bestuursleden de vereniging en kwamen er anderen, zoals Kathleen Pot en Louis Schepens, die elk een tijd het voorzitterschap op zich namen. Er werd een paar maal geëxperimenteerd met ernstige stukken, maar dat had niet het verhoopte succes.

In 1995 kwam Frederic De Vos bij de vereniging. In 2003 werd hem gevraagd het voorzitterschap op zich te nemen. Hij werd daarin bijgestaan door Veerle Batteauw als secretaris en door Kelly Thienpont als penningmeester. Onder zijn voorzitterschap werd er ook beslist om enkel nog komedies te brengen.

Tot het speelseizoen 1995 – 1996 bleef “Leren Vereert” trouw aan de fantastische toneelzaal, met balkon, in de Harmonie aan de Markt van Oudenaarde. Maar toen kwam het vervelende bericht dat de zaal niet langer brandveilig beschouwd kon worden. Tegelijkertijd werd ook het Cultureel Centrum ‘De Woeker’ geopend. De oude, gezellige toneelzaal werd dus ingeruild voor een moderne zaal. Met de juiste keuze van grappige stukken, een schitterende regisseur, fantastische medewerkers voor en achter de schermen en de juiste invulling van personages werd het ene succes na het andere geboekt en waren de zalen uitverkocht.

Ter gelegenheid van het 140-jarig bestaan had een officiële ontvangst plaats op het Oudenaardse stadhuis. Hopelijk kan dit in 2014, bij het 150 jarig bestaan, met de nodige luister nog grootser gevierd worden.

Kelly Thienpont, sinds 2012 Voorzitter van Leren Vereert

Met dank aan de Heer Marcel Van Lauwe, oud-secretaris, voor de begingeschiedenis van Leren Vereert, teruggevonden in zijn “Standregelen”.

- See more at: http://www.leren-vereert.be/?page_id=5#sthash.S6QVCC8f.oWQte7Qj.dpuf